Ivan in Cambodja 2005: Augustus - September
 



Ivan in Cambodja 2005: Augustus - September
  Home
    Mijn voorpagina
  Info
  Archieven
  Gastenboek
  Contact
 


 

http://20six.nl/maximpuls4

mogelijk gemaakt door
20six.nl



 
Bokeo en Andung Meas - From bonerattler to bonecrusher road - Maandag 22 augustus 2005

Waar te beginnen? Wel, ik ben zelf omstreeks 06.30 h wakker geworden. Na wat wachten en de eerste fruitshake, neem ik nog gauw de trappen, vooraleer de jeep in te stappen. Vandaag staan Andong Meas en Bokeo op het programma. Het heeft slecht een klein beetje geregend deze morgen, dus ik verwacht niet te veel problemen. De jeep is weerom, net zoals vorig jaar, een Toyota Hilux. Het geliefde terreinbeestje bij de Cambodjaan. Ik zet me vooraan naast de chauffeur en we begeven ons richting Bokeo. Na een kwartiertje botteren zijn we de stad reeds uit. De weg verslechterd zienderogen en de eerste slijkpoelen duiken op. Een nieuwigheid biedt zich nu aan. Blijkbaar hebben vele boeren die gronden bezitten of huren langszij de hoofdweg er niets beters op gevonden dan op de slechte stukken van de hoofdweg een detour door het veld of woud aan te leggen. Het zou broodnodig zijn ook. Na enkele van deze payages te passeren, voornamelijk uitgebaat door jongeren, besluit de bestuurder geen cent meer uit te geven voor een omrit. Hij gaat rechtdoor het slijk, een diepe poel met slijk en water in, tracht met volle gas en lage 4X4 de jeep eruit te trekken, maar moet aflaten wanneer hij beseft dat er rook onder de motorkap vandaan komt. Hij legt de wagen stil, en tracht terug te starten. Geen geluk. De wagen is eveneens overhit geraakt en we zitten weer eens vast. Ook de truck achter ons rijdt zichzelf klem. De truck kan zich na enkele minuten loswrikken, en na een kwartiertje de Hilux te laten afkoelen, wordt de wagen uit de put getrokken. In achteruit dan maar en de detour nemen. De enige oplossing voor dit euvel. Ik en Nan zijn inmiddels uitgestapt en hebben ons te voet door de modder richting de uitgang van de omweg begeven. Door het velt komt de jeep stutterend aangehobbeld. Na een tien minuutjes verder rijden blijkt de weg te eindigen in een lange strook modderig water. Een 50 meter verderop zien we een oude camion wat puin aanbrengen. De graafmachine die langszij de weg staat werkt het puin in de modder in, en na een half uurtje wachten is ook deze weg weer vrij. Wat me wel opviel: Niet enkel trucks of jeeps dienen een tol te betalen voor omwegen, ook de brommers die gebruik maken van de ‘private’ wegen langszij het traject moeten een kleine som afleggen. We passeren op vele plaatsen kapotte bruggen, de jeep wordt enkele malen door een riviertje gestuurd, en soms denk ik er echt het mijne van. De carrosserie van de wagen slaat continu tegen de hoge randen van de uitgereden en uitgespoelde weg, soms met gekraak, gepiep en gevloek van de chauffeur tot gevolg. Er zijn slechte wegen in deze streek maar het stuk tussen Banlung en Bokeo is wel het toppunt. Op enkele plaatsen stapt de chauffeur uit de wagen uit om de situatie te overzien. Hij schakelt zijn wielen om en ploegt doorheen de modder, al slippend van links naar rechts. De 30 km lange tocht duurt door de staan van de weg in het droge seizoen 1 ½ uur. We zijn momenteel reeds bijna twee uurtjes onderweg en net over de helft. Wanneer we Bokeo naderen passeren we her en der mooie uitzichten, met toch wel diepe afgronden langszij. Het slippen en slaan tegen de randen is er niet op gebeterd, maar gelukkig, als je slagzij zou maken, sta je onmiddellijk stil tegen een of andere boom. Eenmaal gearriveerd in Bokeo bezoek ik het marktje. Hier komen, zoals op de andere plaatsen in Ratanakiri, de Khmer Leu hun koopwaar aanbieden. Op de markt zijn vogeleieren, pinda’s, ‘verse’ kip, rijstdeeg, en alle soorten fruit te koop. De Khmer Leu onderhandelen lang met de marktkramers voor ze hun beoogde prijs bereikt hebben. Sommigen hebben een pijpje (Popeye) in hun mond. Ze roken of tabak of opium, en kauwen op een of ander plantje of bes dat hun lippen bloedrood kleurt. Bokeo is de nieuwe ‘place 2 be’ voor de mijnwerkers die op zoek wensen te gaan naar edelstenen. Nadat we een lunch hebben klaargemaakt voor later, begeven we ons op weg naar de ‘miners’. Enkele km buiten Bokeo, richting Andong Meas, vinden we het eerste dorpje. Het zit tjokvol met delvers. We zetten de wagen langszij en nemen even plaats bij een van de werklieden thuis. Onmiddellijk biedt hij ons enkele stenen aan. Te duur. Ik wandel samen met Nan doorheen het woud richting de edelsteenzoekers. Ik bespeur na enkele minuten al de eerste gaten in de grond, vlak naast de weg. Ze hebben slechts een grootte van een volwassen persoon, maar zijn wel 10 tot 15 meter diep. Het woud is bezaaid met deze kuilen waarvan de meeste reeds overgroeid zijn. De ‘miners’ hebben na enkele jaren put naast put deze plaats te exploiteren hun werkterrein enkele honderden meters verder gelegd. Uiteindelijk bereiken we een grote afgraving, waar zowel traditioneel, als met water naar de zirkonen wordt gezocht. Een grote dieselpomp voert het water naar de hoogste plateau’s van het terrein waar twee jonge knapen de wanden van het woud letterlijk wegblazen. Het met slijk en stenen beladen water wordt daarna via geulen afgevoerd naar lager gelegen delen waar met zeven en ziften de stenen worden uitgehaald. Ook zijn er nog Khmer en Vietnamese inwijkelingen (herken je aan de typische hoed) op de traditionele manier bezig. Met een schop graven ze in de wanden een gang of / en een put van een tien meters diep. Al het zand dat ze eruit halen knijpen ze fijn met hun handen. Ze werken zonder zeef, maar elk hard stukje steen dat tussen deze rode aarde zit, wordt zorgvuldig weggestoken in een zakje. Op deze wijze verzamelen ze ongeveer een 20 tot 30 stenen per dag. Ze zijn een ganse dag in de weer, en voor deze ijver bekomen ze dan slechts een 5 tot 10 dollar, afhankelijk van de kwaliteit van de stenen. Ook kleine kinderen zijn druk in de weer om de bodem te ziften, sommigen amper 5 jaar oud. De nieuwe manier van werken is misschien mensvriendelijker, maar vernielt op korte tijd grote delen van het woud. De oude wijze daarentegen is niet echt menswaardig. De ganse dag in een hol zonder verse lucht en nauwelijks een man breed? Ik wandel met Nan verder door tot we terug aan de wagen aankomen, en we zetten onze tocht verder richting Andong Meas. Deze route wordt vrijwel nooit door wagens of trucks bereden, en is dus nog vrijwel intact. Enkel de bruggen zijn aan nazicht toe. De weg wordt steeds smaller en smaller, en de jeep hobbelt links en rechts tegen takken en struiken. In Andong Meas aangekomen (De naam staat voor het ‘hol van het goud’) stel ik de vraag of Ba Kam bereikbaar is. Het dorpje is een Khmer Leu nederzetting aan de andere zijde van de rivier. Ook een begraafplaats van een Jaray-dorp staat op het programma. Om Ba Kam te bereiken zouden we 3 uur stroomopwaarts in een platbodem door dienen te brengen. Er kunnen slechts enkele passagiers in (een 4-tal) en deze bootjes zijn allesbehalve stabiel. We snijden doorheen het water. Het uitzicht op de Sen is magnifiek. Vlinders en vogels fladderen over en aan de oevers hoor je enkel het geraas van insecten. Sommige plekken op de oever herbergen fruitdragende bomen, en struiken met luchtwortels. Het heeft veel weg van de mangrove in het zuiden van het land. Ik heb met de gids afgesproken om, indien we tijd te over zouden hebben, verder door te varen naar Ba Kam. Het dorpje zou op slechts één kilometer verwijderd zijn van de diamantmijnen. Deze mijnen werden een kleine honderd jaar door de Fransen geëxploiteerd. De uitbating ervan is omwille van een varia aan problemen stilaan in het slop geraakt, net zoals het goud delven. Heden zijn er enkel nog gouddelvers aan het werk in Ratanakiri. De diamantzoekers hebben opgehouden te bestaan. Sommige mensen in het dorpje Ba Kam hadden naar zeggen nog wel stenen te koop, maar deze werden 2 jaar geleden door een verdwaalde reiziger afgekocht. De mijnen zijn niet dood, enkel is de exploitatie ervan momenteel niet mogelijk. De Cambodjaanse regering heeft naar verluid de aanvraag van een Vietnamese concessie voor deze plaats afgewimpeld. Niettemin zitten de Vietnamezen na al die jaren nog steeds te azen op dit deel van de Provincie, met alle problemen aan de grens tot gevolg. Op weg naar Bokeo hebben we militairen tegen het lijf gelopen. Ze vroegen een lift tot aan de grens. Af en toe wordt wat geruzied zeggen ze, en af en toe valt er een schot. Het blijkt een eeuwenoude betwisting tussen de beide landen. Ook de lokalen hebben het graven naar diamant stopgezet. Er is geen afzetmarkt in een dorp, op 80 km van de provinciale hoofdstad, waarvoor je wel een dagreis dient uit te trekken. Geen interesse, geen mark, en dus geen exploitatie meer. Na enkele uurtjes varen bereiken we de oever van het kerkhof. De zon heeft ondertussen haar werk gedaan. Ik en Nan zijn serieus overhit en hebben liggen zweten tot de laatste druppel eruit was geperst. Na die twee uur bootje varen in de blakke zon, heb ik het vermoeden dat het me iets te warm is geworden. Beetje duizelig, beetje dwaas, en serieus gezweet. We wandelen de oever op en gaan verder tot aan het Jaray-dorpje. Er is niet al te veel te zien. Enkele boerenfamilies die blijkbaar hun wijze van wonen hebben ingeruild voor de Khmer-manier, wat houten huisjes op palen, dus geen centrale vergaderhut, of met een enkele uitzondering, bamboe en met doek beklede hutten. We gaan verder door tot aan de begraafplaats. Hier tref je de oude in hout uitgewerkte beelden die de overledenen voorstellen. De graven zijn steeds versierd met beelden of specifieke zaken die de overledene(n) typeerden. Na een bezoek aan de vriendelijke Jaray, ze hebben de gewoonte om steeds elke bezoeker te begluren en nauwlettend te volgen, gaan we terug naar de platbodemschuit. Ik voelde me daarnet niet tip top, maar nu geen druppel zweet meer, zelfs geen warm gevoel. Ik denk dat ik door te lang in de zon te zitten deshalf een probleempje heb opgelopen. Ik drink nog de laatste druppels in m’n fles leeg gedurende de bootrit terug naar Andong Meas. Stroomafwaarts gaat het goed vooruit. Na amper een drie kwartiertjes varen zitten we reeds terug in Andong. In een van de eetstalletjes biedt een jongen en een oudere man een of ander reptiel aan als avondmaal. Het heeft veel weg van een hagedis, maar meet van kop tot staart toch wel een dikke 60 cm. ‘Excellent food! Very good for meal! Much power!’, zegt Nan. Het beestje is nog maar een korte levensduur beschoren. We nemen de Jeep en stoppen onderweg nog heel even voor een drankje, en dan verderop naar een van de Minority villages. In dit dorpje is een feest aan de gang in de centrale vergaderzaal. Alle Jaray zijn bezig zich te bezatten en enkele van de dronken lieden willen mij en Nan binnenloodsen. Wanneer we de houten trapjes opstappen zien we alle mannelijke Jaray lurken van een riet dat in een grote kruik is gestoken. De kruiken van bijna een tiental liters inhoud bevatten rijstwijn. De wijn wordt gemaakt van rivierwater waarop rijst wordt gegist. Naargelang de tijdsduur van de gisting wordt deze wijn zwaarder. Ze plaatsen hun kruiken in stijgende volgorde. Ik proef eentje, maar na de eerste volgt de tweede, dan de derde, de vierde, ..., tot de achtste achterin de grote hut. Iedereen van de aanwezige Jaray is volkomen dronken. Na een rare blik van Nan die me naar buiten wenkt volg ik. Hij zegt me dat de Jaray serieus een stukje kunnen doorfuiven, en gasten meestal niet direct laten gaan. Mits tijdsgebrek dienen we immers verder te rijden. Er is nog een pitstop gepland bij de ‘gem-miners’. Gezien ik nu toch geen wit steentje kon meepikken uit Ba Kam, ga ik nog even langs de delvers. Ik vraag even rond wat ze liggen hebben van hun buit van vandaag, en voor ik het weet staan er een tien rond me om hun waar te schouwen. Nan en ik controleren elke steen even, en het afdingen begint. Voor een prijsje van 35 dollar wandel ik buiten met ettelijke karaat aan ruwe steen, een dikke handvol. De steen dient nu nog te worden gebrand tot zijn mooie blauwe kleur. Na de koop afgerond te hebben, blijven nieuwe delvers opduiken en me hun waar aanbieden. We maken ons uit de voeten, stappen in de Hilux en rijden rustig doorheen het veld, vol delfgaten, naar Banlung. Ondertussen hebben we wel wat tijd verspeeld met enkele van deze stops. De rit naar Banlung zou nog een 4 uren in beslag nemen, en het is reeds vijven door.We vervoegen onze weg tussen Bokeo en Banlung, en passeren weerom de detours, de payages, de modderpoelen en kapotte brugjes. Het is nu bijna donker, en vooraleer naar huis terug te keren, maken we nog een omweg om wat materiaal op te pikken van een boer die pinda’s verkoopt. De landbouwer is loonwerker en verdient vrijwel niets. Hij woont op de boerderij van de grondeigenaar en heeft een groot areaal grond te bewerken. De zonsondergang is er magnifiek. Ik zit weer eens te vloeken daar mijn filmpjes op zijn en er geen rolletjes te verkrijgen zijn in deze streek. De volgende keer dien ik wat spaarzamer om te gaan met m’n foto’s. We rijden dwars door de pindavelden richting hoofdweg, en na een tien minuutjes begint het te lichtjes te regenen. Enkele seconden later staan we weer stil. Er staan een grote truck vrijwel dwars geblokkeerd in het slijk, de lich§ten gedoofd. We rijden langsom door de planten, en met een grote klap komen we terug in de rijgeul terecht voor de gestrande camion. Het is pikkedonker, en in de verte zien we de bliksem de stad verlichten. Na een uurtje verder sukkelen blijkt de enige truck die nog op de baan is voor ons tegen een slakkegang te vorderen. Dit tegen de zin van onze chauffeur. De weg is extreem slipperig, en niet al te breed. Zeker niet voorzien voor tweerichtingsverkeer. Met de hand op de hoorn geeft onze chauffeur volle gas en schuift op enkele centimeters na voorbij het grote gevaarte. ‘Very good driver I think’, zegt Nan. Na een wel lange dag arriveren we aan het Ratanak Hotel, waar ik me onmiddellijk op m’n kamer zet. Blijkbaar heeft de zon me wel een slagje bezorgd, 37,5° koorts, pokkewarm aanvoelen, duizelig, sloom en wat gedesoriënteerd. Na enkele liters rijstwater gaat het beter, en de volgende morgen zou alles terug tip top in orde zijn.

24.8.05 14:40
 


datum 5 Reactie(s)     TrackBack-URL


Bryan / Website (9.10.10 10:16)
Bravo, magnificent idea and is duly zyban dosage Remarkable question cheap soma Here those on! First time I hear! generic soma Where here against authority generic carisoprodol You commit an error. Write to me in PM. buy zoloft 86640c


Demetrius / Website (29.10.10 18:20)
In my opinion you have misled. buy zoloft Who knows it. buy levitra Bravo, what phrase..., a magnificent idea buy vpxl What exactly would you like to tell? lasix 40 mg You are not right. I suggest it to discuss. cymbalta uk d1ddb0


Wilber / Website (26.7.11 16:01)
It is remarkable, this very valuable opinion buy seroquel online It do not agree buy cymbalta online I about it still heard nothing buy soma online Yes, quite kamagra oral jelly What necessary words... super, remarkable idea cheap valium 640cb536


Ross / Website (18.10.11 00:56)
hgjgfjhgfjassdfgsfdg
levitra precio farmacia
levitra vademecum
levitra precio farmacia
levitra vardenafil 20mg
levitra generico andorra
levitra bayer 10 mg
levitra 20 mg
comprar levitra generico en espana
precio levitra con receta
comprar levitra generico
levitra 40 mg
levitra original
levitra en generico
levitra venta en mexico oiuouio
pastilla levitra
comprar levitra generico


(25.5.12 18:15)
discount mulberry bags,www.google210720.com,http://maximpuls4.20six.nl/maximpuls4/art/130266

Naam:
Email:
Website:
Email me wanneer meer reacties worden geplaatst
Informatie opslaan(cookie)



 Smilies invoegen



De auteur is aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inhoud van zijn of haar eigen weblog. neem een gratis weblog op 20six.nl!