Ivan in Cambodja 2005: Augustus - September
http://20six.nl/maximpuls4
mogelijk gemaakt door 20six.nl
|
|
Kampuchea, Cambodja, Khmer Empire, ... Het heeft veel te bieden ...
Ongeacht het feit dat ik weer thuis ben, dien ik mezelf even nuchter te overhalen om niet onmiddellijk terug te keren naar Cambodja. Het land heeft onnoemelijk veel te bieden. De mensen zijn er, eens je ze leert kennen, warm van hart, en de door anderen zo geweerde slogan, 'In Cambodja anything goes...', geldt nog steeds ...
Als ik terugkeer zal het niet als een bezoekje zijn aan deze uiterst interessante en boeiende gemeenschap. Het is een thuis geworden waar ik me ietwat veilig, rustig en gelukkig voel. Elke dag brengt er iets nieuws ...
Wie weet, next time 4 keeps ?
|
|
|
Slow Boat 2 Prey Veng - 28 augustus 2005
Vandaag heb ik afgesproken om met Thujn naar zijn 'home village' te varen. Het dorpje ligt in Prey Veng en zou een landbouwersdorpje zijn met slechts enkele inwoners. Om acht uur 's morgens sta ik klaar om te vertrekken. We nemen met zijn drie (Chauffeur, ik en Thujn) een brommer en gaan op pad richting de kade aan de Mekong - Tonle Sap. Met zijn drie op een brommer, beide met rugzak valt eigenlijk goed mee. Enkel de chauffeurs die met overdreven snelheid, en met de hand op de claxon, voorbijrijden irriteren me af en toe. 's morgens is het een wirwar van brommertjes en her en der moet er al eens flink worden geremd om de een of andere motorijder niet te 'schuren'. De kade waar we zouden afmeren is niet meer dan een los - laadkaai voor hout, brommers, etenswaar, noem maar op ... We hadden pech want de boot was reeds vertrokken. De volgende zou pas omstreeks 2 uur afvaren. Zo gezegd, zo gedaan, begeven we ons dan maar met een Tuc Tuc nog gauw naar een weeshuis in de buurt. Ik had er enkele berichten over gelezen en dacht hier even de resterende tijd door te brengen. Het weeshuis van Prak Dam is niet in slechte staat, de kinderen worden ok verzorgd, maar toch ontbreken essentiele zaken zoals voedsel, kledij, medicijnen, ... Vele kinderen zijn ziek en kunnen niet correct worden behandeld. Ze komen uit alle hoeken van het land. Dit weeshuis is er eentje dat (nog) geen subsidies krijgt van de regering. Het heeft de aanvraag ingediend, maar tot op heden moeten ze roeien met de riemen die ze hebben. Ik zal volgende week zaterdag nog een bezoekje brengen en een 'donatie' leveren. Na het bezoekje aan het weeshuis gaan we terug op weg naar de kade, waar we gauw wat rijstwijn en een korte hap binnenwerken: Lok Lak en half gebakken pikant varkensvlees. De boot is reeds aangemeerd, maar wordt nog volgestouwd met zakken rijst, hout, brommers, stro, ... We zetten ons op het dak van de boot en varen af. Het weer is uitzonderlijk goed. De zon schijnt vollop en de wind waait recht op ons in. Tegen een traag tempo vaart het tuig langsheen de oevers van de Mekong richting de afslag, waar een kleinere rivier inland gaat. We passeren boerenfamilies en blijkbaar ook rattenvangers. De dieren worden met een soort van harpoen gedood en dan gevild. Waarschijnlijk om de pelsjes ? Enkele minuten later naderen we een brug die me extreem aag lijkt om onze boot onderdoor te laten. De bootsman doet teken, en blijft teken geven, speciaal aan mij. Het was me nog niet opgevallen, maar iedereen ligt plosteling plat op het dak, de voeten eveneens neergedrukt tegen de metalen dakplaat. Ik leg me gauw neer, denk er het mijne van, en enkele seconden later varen we de brug onderdoor. Ik zie de onderkant van de brug op tien centimeter van mijn neus voorbijgaan. De zakken rijst achteraan op het dak van de boot hebben het niet gehaald, en werden door de brug in het water getrokken. Wanneer we ons weer verder inland begeven, maakt het landschap plaats voor een grote watermassa, vol met verzonken bomen en rijstvelden. De regens houden hier elk jaar stevig huis zegt Thujn me. Het landschap verandert dan voor een langere periode in een meer, met her en der wat bomen, struikgewas, een verdwaalde vlinder en wat vogels. Enkele uurtjes varen we zo door het waterlandschap totdat we uiteindelijk een groene zoom van bomen bereiken, waar de schipper zich doorheen loodst. Op enkele plaatsen voel je de onderkant van de boot de bodem raken. Eenmaal binnenin het bos zie je vele paalwoningen, waarvan er meer dan een onder het waterniveau staat. De waterstand bedraagt hier op sommige plekken meer dan twee meter. De mensen dienen zich hier te bedienen van kleine bootjes om zich van de ene plaats naar de andere te verplaatsen. Het is het enige dorp in de omgeving, en volledig afgesloten, omringd door water. We varen verder, en uiteindelijk bereiken we na een uurtje de weg zoeken tussen de zandbanken of lage grond liever gezegd, de eerste aanmeerplaats van de boot. Vele kleine platbodems liggen hier te wachten om de eerste lading waren te verdelen over de andere dorpjes. Enkele minuten verder ligt het dorpje van Thujn. Na afmeren doorwandelen we een waterpagode, omringd met bloemen en gebedshuisjes. De woning van Thujn ligt er net achter. Het is een typische Khmer woonst. De woning staat op paal, evenals de hiimijt. In de omgeving kwaken misschien wel honderden kikkers, er lopen ganzenhoedsters rond en met witte ossen en buffels bewerken de mensen hun gronden. Wanneer Thujn me voorstelt aan de familie van 8 kinderen, komen enkele buren nieuwsgierig een kijkje nemen. Ik zet me neer op het matje onder woonst en onmiddellijk wordt een buffet van eten geserveerd. Thujn vraagt me of ik zin heb in een biertje of wat anders. De gangen volgen zich snel op: eerst de varkenslever in zoetzure saus, dan de 'mashed fish', gebraden varkensvlees, de rijstwijn, twee pakken bierblikjes en warme groenten. Ook rijstwijn, en palm - beer, uit de boom getrokken, worden op tafel geplaatst. Ik neem van alles wat, en weliswaar is de varkenslever het lekkerste van al. Ik zeg Thujn dat ik me even verwijder om gauw wat fotootjes te nemen, doe dit ook en zet me terug aan de feestdis. Ondertussen hebben de zusjes van Thujn reeds een kip bij de veren genomen en op de kapblok gelegd. Ze houdt het dier stevig vast en met enkele snedes vloeit het bloed in een schaaltje. Niets gaat verloren. Terwijl de buurman de kippepoten in stukjes versnijdt, wordt het nog warme kippebloed op de tafel geplaatst. Thanks, but no thanks! Blijkbaar spreekt mijn 'No thanks!' boekdelen, want onmiddellijk erna wordt het bloed van tafel genomen. Ondertussen is het gezelschap reeds aangegroeid tot 12 personen, en vloeit de rijstwijn rijkelijk. Ik neem gauw een douche, wat zoveel betekent als water uit een grote pot scheppen en over je hoofd kieperen. Thujn gebaart me dat ik met de mensen mee binnen dien plaats te nemen. Ik denk dan onmiddellijk, eindelijk slaap? Maar neen, de hoofdmaaltijd dient nog te worden geserveerd: Een soort van curry als soep, terug onnoemelijk vgeel rijst, nog meer rijstwijn, de rest van de kip op diverse manieren bereid, weerom warme groenten, en nogmaals veel vis. Er wordt veel gedronken, veel gepraat over blijkbaar koeien, buffels en rijst (aldus Thujn), maar ik versta hen niet en zij mij niet. Thujn spreekt bar slecht Engels en gebaren helpen me wel vooruit, maar toch slechts matig. In het gezelschap zitten enkele volgens mij altans zware (rijstwijn-)drinkers. Ze kieperen de glazen achterover alsof het niets is. Ik heb reeds wijn gedronken die een 20 graden is, maar deze leunt toch sterk aan tegen Cognag of iets dergelijks. Wanneer de maaltijd is afgelopen en de meeste gatsen het huis hebben verlaten - Eentje is van de ladder gedonderd! :-) - is het plotseling wel tijd om in bed te stappen. Thujn toont me nog trots de 20 fotootjes die de familie in bezit heeft, en onmiddellijk daaropvolgend worden enkele matten aan de ingang gelegd met een kussen of twee. Slapen dus maar denk ik. De kikkers kwaken volop. Verder is er enkel het geruis van de vele insecten.De moeder dooft alle kaarsen en plaatst de koeien onder het huis, tezamen met de kippen. De avond zit erop.
|
|
|
Swimming in the pool ... - 27 augustus 2005
Vandaag echt NIKS op het programma staan, buiten zwemmen. Dus dat gezegd, zo ook gedaan. Een ritje naar Hotel Cambodjanaen een dip in het water ! Wat bruinen, wat in gym zitten. En dan terug regen ... mmmmmmmmmmmmmmmmm ... Deze avond nog inpakken want morgenvroeg met een van de 'drivers' naar zijn geboorteplaats, beetje met motor, beetje met de boot, en beetje slapen bij de mensen thuis. Verder wat Gekko eten, als het ons wordt toegelaten, en we zien wel. Maandag ben ik terug op post in elk geval!
|
|
|
PP City - In and around the city limits - 25 & 26 augustus 2005
Vandaag een rustige dag gepland. De komende twee dagen eigenlijk, wat sight seeing, wat rondhobbelen op een brommerke, en de klassiekers nog maar eens bezoeken. Vandaag staan het Royal Palace en Tuol Sleng of S21 op het programma. De Rode Khmer heeft daar destijds, na de grote volksverhuis van de stadsinwoners naar het platteland (Anno late jaren '70) een soort strafkamp opgericht in oude schoolgebouwen. Tuol Sleng was toen niet meer dan een terminatiekamp van de Rode Khmer. Elke verdachte burger, boer of 'Kameraad' werd systematisch aangegeven, in een van de vele kampen geplaatst (S21, S23, ...), ondervraagd, wat zoveel betekent als gemarteld met elektrische schikken, verdrinking, zweepslagen, achterwaarts ophangen, molestatie, ... etc ..., verder werd alle data nauwkeurig genoteerd, dit alles vooraleer de persoon in kwestie werd gedetermineerd, mits een bedreiging voor de staat. Momenteel was er een fotoreportage aan de gang 'Ghosts of Tuol Sleng'. Magnifieke, maar angstaanjagende beelden van overledenen, voor en in het hiernamaals. In deze strafkampen, verspreid over gans Cambodja, bleef niemand gespaard. Kinderen, pasgeborenen, ganse families, ... werden omgebracht. De historiek en systematiek van deze plaatsen is vrijwel gelijklopend met de concentratiekampen gedurende de tweede wereldoorlog. Als je nu de kranten openslaat merk je nog steeds de vervolging van kaderleden. Vele zijn nog op de vlucht, sommige topleden zijn vrijgesteld van oorlogsmisdaden, anderen zetelen weer in het zogenaamde 'parlement' van de huidige staat. Maar toch blijkt alles de goede richting uit te gaan in Cambodja. Ook de corruptie bij de lokale politie en het leger zou stilaan aangepakt worden.
Ook Wat Phnom heb ik nog maar eens een bezoekje gebracht. Het is een van de weinige gebedsplaatsen in de stad. Een kerel heeft niet beter gevonden om een olifantenrit aan te bieden aan de bezoekers, waarvan de fotografen ter plaatse goed gebruik maken om mooie pics te nemen, en natuurlijk ook een dollar extra te verdienen. Na zijn werkdag huppelt het beest klokvast om 17.30h met zijn baasje langsheen de riverside naar zijn standplaats.
Ik heb besloten ook eens gebruik te maken van de Tuk-Tuk. Buffalo die nu Tuk-Tuk-driver is geworden had me dit reeds aangeboden. Dus, op pad met de nieuwe trend in PP. Sinds einde vorig jaar is dit vervoermiddel van de omliggende landen overgewaaid, en met succes! Na een ritje met de Tu-Tuk wandel ik De Central Market binnen. Je vindt er alle namaak van Rolex tot dure sjakossen. In de Russian market vind je dan weer vele kraampjes met kledij en curiositeiten, alsook 'antiek'. De prijzen zijn aangenaam, vb. Na wat afdingen heb je een T-shirt voor 1 tot 1.5 dollars.
Elke avond heb ik tevens een maaltijdje genuttigd in Frizz Cafe. Ik moet toegeven, voor een noorderbuur te zijn, heeft hij de zaak goed onder controle, want het Khmer eten is er zeer aangenaam. De keuze is eveneens ruim genoeg! Het minder aangename zijn de vele bedelaars en verkopers. Mij stoort het niet meer, maar vele bezoekers durven het toch om toe te geven en iets te kopen van deze mensen. Bijgevolg komen er natuurlijk anderen op af, en wat begon als het kopen van een boekje Khmer-Emglish, eindigt met een zijden sjaal, een zonnebril, twee boeken en een aalmoes aan een jong meisje met haar pasgeboren zusterje. Er zijn Khemr die deze situatie uitbuiten en hun kinderen de straat opsturen om vanalles en nog wat te verkopen, van boeken tot bloemen. Alles wat ze verdienen wordt op het einde van de dag ingeleverd bij pas en mams die het geld dan verbrassen met gokken of zuipen. I've seen it! Ook de jeugdbendes lopen pas langsheen de riverside. Het uitzicht op de Mekong is excellent, maar als je de jeugd onder invloed van weet ik veel wat amok ziet maken, denk je wel twee keer na voor je een wandeling neemt op de kade. Met flessen en stokken gewapend gaan ze elkaar soms te lijf. In elk geval, het zicht op de rivier blijft zijn charmes ondanks dat alles behouden.
Morgen een duikje nemen in het zwembad van Hoetl Cambodjana of zijn buur denk ik. Het heeft al even niet meer gerend en de temperaturen zijn de laatste twee dagen over de schreef gegaan. Met 37 graden in de zon is het onuitstaanbaar zonder douche of duik in het water.
|
|
|
Terug naar P.P. - Woensdag 24 augustus 2005
Slecht geslapen vandaag. Ik ruim mijn kamer nog op, liever gezegd, ik pak mijn rugzak in, en begeef me naar Mr. Leng om de rekening te betalen. Nan staat reeds te wachten. Nagauw een fruitshake binnen te werken, rijden we naar de luchthaven. Guy van het Head Office of Environment staat eveens te wachten op zijn vlucht. Hij neemt een weekend vrijaf. Nogmaals stapt iedereen in het propellervliegtuigje. Na een onzachte landing op P.P.Airport neem ik de eerste beste taxi naar Guesthouse nr. 9. Wanneer ik me wens in te schrijven voor een 3 dollar rate kamertje staat iemand op m'n schouder te tikken. Het is een kerel die zichzelf Buffalo noemt. Een voor een Cambodjaan toch wel struise kerel die ik vorig jaar reeds enkele malen tegen het lijf ben gelopen. Ik installeer me en neem het er in de namiddag even van. Tegen de avond aan verzamelen onweerswolken zich boven het Boen Kak meer. In de verte zien we de bliksems in het andere deel van P.P. neerslaan. Waarschijnlijk zullen de regens ons in de late avond bereiken. Eindelijk ook terug een deftige internetverbinding (here here ...). Morgen neem ik de Tuk Tuk van Buffalo om nog enkele zaken in de stad te bekijken. Nog even van het uitzicht over het meer genieten en mijn bed in.
|
|
|
Easy does it - 23 augustus 2005
Ik heb deze nacht niet te veel geslapen. Het was nog redelijk warm, en tussen de korte periodes van slaap door, heb ik steeds water bijgetankt. Deze morgen voel ik me terug stukken beter, zowat 90% in orde. Nan staat omstreeks 9.30h weer aan mijn deur te bonzen. Uitslapen tot de middag zit er hier nooit in blijkbaar. Ik sta op en rijd met Nan achterop de brommer richting het schooltje. Ik check m’n internet, maar de connectie is dood. Nan wil leren hoe te emailen. Ik geef hem in het kort een uitleg, en na wat prutsen, geef ik het op. Een verloren zaak zo blijkt. Ik zet hem af aan de coffeeshop en ga nog een toer doen met de brommer. Wat frisse lucht en de koele wind op de motorbike zal me wel wat deugd doen. Als je Banlung oostwaarts uitrijdt, begeef je je na wat hellingen en dalen te doorkruisen tussen de rijstvelden. Als ik wat dieper doorrijd, kom ik al gauw weer in een rubberaanplant terecht. De weggetjes worden steeds kleiner en het gehalte slijk en modder stijgt. Enkele malen moet ik te voet verder. Na een half uurtje rollen doorheen de bossen besef ik dat ik de weg misschien wel kwijt ben. Ik kom tweemaal op hetzelfde punt uit en er is geen kat te bespeuren. Na een tweede poging ontmoet ik twee werkers die rubber aan het tappen zijn. De twee geven me terug de goede richting aan. Terug aangekomen in Banlung besluit ik de stenen die ik gisteren heb gekocht te branden. Ik vraag Nan om even te vergezellen naar een slijper. We onderhandelen even over de prijs en rond 3 uur mag ik de stenen komen oppikken. In Cambodja wordt niet enkel zirkoon gedolven. Ook amethist, onyx, kwarts en andere goedkope stenen halen ze uit de grond. Wat ik niet had verwacht was om ook hier korund aan te treffen. De robijn, smaragd of saffier, afhankelijk van de kleur, worden op twee plaatsen gewonnen: In Pailin aan de grens met Thailand, en in Lumpath of Bokeo. De Khmer kennen weinig verschil tussen deze stenen. De waarde van een geslepen zirkoon en een korund echter verschilt zeer veel. De prijs van een kilo korund bedraagt hier 150 dollar of een dikke 120 Euro. Niet al te duur voor stenen van goede kwaliteit gezien voor een mooie geslepen steen van meer dan 5 karaat met goede kleur reeds ettelijke euro’s neergeteld kunnen worden. Mits ik ze toch graag verzamel, zet ik me aan de tafel en vraag de slijper om zijn waar boven te halen. Na een namiddagje onderhandelen wandel ik buiten met 300 g ongeslepen robijn, met kleuren van lichtgroen, blauw, donkerblauw en donkerrood, roze, tot zwart. Weer wat extra voor de collectie dus! Vandaag heb ik eveneens mijn ticket voor P.P. terug bevestigd. Morgen omstreeks 11.30 vertrekt de vlieger. Ik ga met m’n gids voor het donker nog even een lokaal restaurantje opzoeken aan het meer in Banlung. Er nemen enkele lokalen plaats. De shake is er goed, zegt Nan, en de visballetjes zijn dik ok. De schotels visballetjes met lemongras en met nog enkele andere planten erop worden gauw na elkaar geserveerd. Het is al donker wanneer we ons terug begeven naar het hotel. Nu nog even inpakken, de rekening betalen in het hotel, en morgen wegwezen!
|
|
|
Bokeo en Andung Meas - From bonerattler to bonecrusher road - Maandag 22 augustus 2005
Waar te beginnen? Wel, ik ben zelf omstreeks 06.30 h wakker geworden. Na wat wachten en de eerste fruitshake, neem ik nog gauw de trappen, vooraleer de jeep in te stappen. Vandaag staan Andong Meas en Bokeo op het programma. Het heeft slecht een klein beetje geregend deze morgen, dus ik verwacht niet te veel problemen. De jeep is weerom, net zoals vorig jaar, een Toyota Hilux. Het geliefde terreinbeestje bij de Cambodjaan. Ik zet me vooraan naast de chauffeur en we begeven ons richting Bokeo. Na een kwartiertje botteren zijn we de stad reeds uit. De weg verslechterd zienderogen en de eerste slijkpoelen duiken op. Een nieuwigheid biedt zich nu aan. Blijkbaar hebben vele boeren die gronden bezitten of huren langszij de hoofdweg er niets beters op gevonden dan op de slechte stukken van de hoofdweg een detour door het veld of woud aan te leggen. Het zou broodnodig zijn ook. Na enkele van deze payages te passeren, voornamelijk uitgebaat door jongeren, besluit de bestuurder geen cent meer uit te geven voor een omrit. Hij gaat rechtdoor het slijk, een diepe poel met slijk en water in, tracht met volle gas en lage 4X4 de jeep eruit te trekken, maar moet aflaten wanneer hij beseft dat er rook onder de motorkap vandaan komt. Hij legt de wagen stil, en tracht terug te starten. Geen geluk. De wagen is eveneens overhit geraakt en we zitten weer eens vast. Ook de truck achter ons rijdt zichzelf klem. De truck kan zich na enkele minuten loswrikken, en na een kwartiertje de Hilux te laten afkoelen, wordt de wagen uit de put getrokken. In achteruit dan maar en de detour nemen. De enige oplossing voor dit euvel. Ik en Nan zijn inmiddels uitgestapt en hebben ons te voet door de modder richting de uitgang van de omweg begeven. Door het velt komt de jeep stutterend aangehobbeld. Na een tien minuutjes verder rijden blijkt de weg te eindigen in een lange strook modderig water. Een 50 meter verderop zien we een oude camion wat puin aanbrengen. De graafmachine die langszij de weg staat werkt het puin in de modder in, en na een half uurtje wachten is ook deze weg weer vrij. Wat me wel opviel: Niet enkel trucks of jeeps dienen een tol te betalen voor omwegen, ook de brommers die gebruik maken van de ‘private’ wegen langszij het traject moeten een kleine som afleggen. We passeren op vele plaatsen kapotte bruggen, de jeep wordt enkele malen door een riviertje gestuurd, en soms denk ik er echt het mijne van. De carrosserie van de wagen slaat continu tegen de hoge randen van de uitgereden en uitgespoelde weg, soms met gekraak, gepiep en gevloek van de chauffeur tot gevolg. Er zijn slechte wegen in deze streek maar het stuk tussen Banlung en Bokeo is wel het toppunt. Op enkele plaatsen stapt de chauffeur uit de wagen uit om de situatie te overzien. Hij schakelt zijn wielen om en ploegt doorheen de modder, al slippend van links naar rechts. De 30 km lange tocht duurt door de staan van de weg in het droge seizoen 1 ½ uur. We zijn momenteel reeds bijna twee uurtjes onderweg en net over de helft. Wanneer we Bokeo naderen passeren we her en der mooie uitzichten, met toch wel diepe afgronden langszij. Het slippen en slaan tegen de randen is er niet op gebeterd, maar gelukkig, als je slagzij zou maken, sta je onmiddellijk stil tegen een of andere boom. Eenmaal gearriveerd in Bokeo bezoek ik het marktje. Hier komen, zoals op de andere plaatsen in Ratanakiri, de Khmer Leu hun koopwaar aanbieden. Op de markt zijn vogeleieren, pinda’s, ‘verse’ kip, rijstdeeg, en alle soorten fruit te koop. De Khmer Leu onderhandelen lang met de marktkramers voor ze hun beoogde prijs bereikt hebben. Sommigen hebben een pijpje (Popeye) in hun mond. Ze roken of tabak of opium, en kauwen op een of ander plantje of bes dat hun lippen bloedrood kleurt. Bokeo is de nieuwe ‘place 2 be’ voor de mijnwerkers die op zoek wensen te gaan naar edelstenen. Nadat we een lunch hebben klaargemaakt voor later, begeven we ons op weg naar de ‘miners’. Enkele km buiten Bokeo, richting Andong Meas, vinden we het eerste dorpje. Het zit tjokvol met delvers. We zetten de wagen langszij en nemen even plaats bij een van de werklieden thuis. Onmiddellijk biedt hij ons enkele stenen aan. Te duur. Ik wandel samen met Nan doorheen het woud richting de edelsteenzoekers. Ik bespeur na enkele minuten al de eerste gaten in de grond, vlak naast de weg. Ze hebben slechts een grootte van een volwassen persoon, maar zijn wel 10 tot 15 meter diep. Het woud is bezaaid met deze kuilen waarvan de meeste reeds overgroeid zijn. De ‘miners’ hebben na enkele jaren put naast put deze plaats te exploiteren hun werkterrein enkele honderden meters verder gelegd. Uiteindelijk bereiken we een grote afgraving, waar zowel traditioneel, als met water naar de zirkonen wordt gezocht. Een grote dieselpomp voert het water naar de hoogste plateau’s van het terrein waar twee jonge knapen de wanden van het woud letterlijk wegblazen. Het met slijk en stenen beladen water wordt daarna via geulen afgevoerd naar lager gelegen delen waar met zeven en ziften de stenen worden uitgehaald. Ook zijn er nog Khmer en Vietnamese inwijkelingen (herken je aan de typische hoed) op de traditionele manier bezig. Met een schop graven ze in de wanden een gang of / en een put van een tien meters diep. Al het zand dat ze eruit halen knijpen ze fijn met hun handen. Ze werken zonder zeef, maar elk hard stukje steen dat tussen deze rode aarde zit, wordt zorgvuldig weggestoken in een zakje. Op deze wijze verzamelen ze ongeveer een 20 tot 30 stenen per dag. Ze zijn een ganse dag in de weer, en voor deze ijver bekomen ze dan slechts een 5 tot 10 dollar, afhankelijk van de kwaliteit van de stenen. Ook kleine kinderen zijn druk in de weer om de bodem te ziften, sommigen amper 5 jaar oud. De nieuwe manier van werken is misschien mensvriendelijker, maar vernielt op korte tijd grote delen van het woud. De oude wijze daarentegen is niet echt menswaardig. De ganse dag in een hol zonder verse lucht en nauwelijks een man breed? Ik wandel met Nan verder door tot we terug aan de wagen aankomen, en we zetten onze tocht verder richting Andong Meas. Deze route wordt vrijwel nooit door wagens of trucks bereden, en is dus nog vrijwel intact. Enkel de bruggen zijn aan nazicht toe. De weg wordt steeds smaller en smaller, en de jeep hobbelt links en rechts tegen takken en struiken. In Andong Meas aangekomen (De naam staat voor het ‘hol van het goud’) stel ik de vraag of Ba Kam bereikbaar is. Het dorpje is een Khmer Leu nederzetting aan de andere zijde van de rivier. Ook een begraafplaats van een Jaray-dorp staat op het programma. Om Ba Kam te bereiken zouden we 3 uur stroomopwaarts in een platbodem door dienen te brengen. Er kunnen slechts enkele passagiers in (een 4-tal) en deze bootjes zijn allesbehalve stabiel. We snijden doorheen het water. Het uitzicht op de Sen is magnifiek. Vlinders en vogels fladderen over en aan de oevers hoor je enkel het geraas van insecten. Sommige plekken op de oever herbergen fruitdragende bomen, en struiken met luchtwortels. Het heeft veel weg van de mangrove in het zuiden van het land. Ik heb met de gids afgesproken om, indien we tijd te over zouden hebben, verder door te varen naar Ba Kam. Het dorpje zou op slechts één kilometer verwijderd zijn van de diamantmijnen. Deze mijnen werden een kleine honderd jaar door de Fransen geëxploiteerd. De uitbating ervan is omwille van een varia aan problemen stilaan in het slop geraakt, net zoals het goud delven. Heden zijn er enkel nog gouddelvers aan het werk in Ratanakiri. De diamantzoekers hebben opgehouden te bestaan. Sommige mensen in het dorpje Ba Kam hadden naar zeggen nog wel stenen te koop, maar deze werden 2 jaar geleden door een verdwaalde reiziger afgekocht. De mijnen zijn niet dood, enkel is de exploitatie ervan momenteel niet mogelijk. De Cambodjaanse regering heeft naar verluid de aanvraag van een Vietnamese concessie voor deze plaats afgewimpeld. Niettemin zitten de Vietnamezen na al die jaren nog steeds te azen op dit deel van de Provincie, met alle problemen aan de grens tot gevolg. Op weg naar Bokeo hebben we militairen tegen het lijf gelopen. Ze vroegen een lift tot aan de grens. Af en toe wordt wat geruzied zeggen ze, en af en toe valt er een schot. Het blijkt een eeuwenoude betwisting tussen de beide landen. Ook de lokalen hebben het graven naar diamant stopgezet. Er is geen afzetmarkt in een dorp, op 80 km van de provinciale hoofdstad, waarvoor je wel een dagreis dient uit te trekken. Geen interesse, geen mark, en dus geen exploitatie meer. Na enkele uurtjes varen bereiken we de oever van het kerkhof. De zon heeft ondertussen haar werk gedaan. Ik en Nan zijn serieus overhit en hebben liggen zweten tot de laatste druppel eruit was geperst. Na die twee uur bootje varen in de blakke zon, heb ik het vermoeden dat het me iets te warm is geworden. Beetje duizelig, beetje dwaas, en serieus gezweet. We wandelen de oever op en gaan verder tot aan het Jaray-dorpje. Er is niet al te veel te zien. Enkele boerenfamilies die blijkbaar hun wijze van wonen hebben ingeruild voor de Khmer-manier, wat houten huisjes op palen, dus geen centrale vergaderhut, of met een enkele uitzondering, bamboe en met doek beklede hutten. We gaan verder door tot aan de begraafplaats. Hier tref je de oude in hout uitgewerkte beelden die de overledenen voorstellen. De graven zijn steeds versierd met beelden of specifieke zaken die de overledene(n) typeerden. Na een bezoek aan de vriendelijke Jaray, ze hebben de gewoonte om steeds elke bezoeker te begluren en nauwlettend te volgen, gaan we terug naar de platbodemschuit. Ik voelde me daarnet niet tip top, maar nu geen druppel zweet meer, zelfs geen warm gevoel. Ik denk dat ik door te lang in de zon te zitten deshalf een probleempje heb opgelopen. Ik drink nog de laatste druppels in m’n fles leeg gedurende de bootrit terug naar Andong Meas. Stroomafwaarts gaat het goed vooruit. Na amper een drie kwartiertjes varen zitten we reeds terug in Andong. In een van de eetstalletjes biedt een jongen en een oudere man een of ander reptiel aan als avondmaal. Het heeft veel weg van een hagedis, maar meet van kop tot staart toch wel een dikke 60 cm. ‘Excellent food! Very good for meal! Much power!’, zegt Nan. Het beestje is nog maar een korte levensduur beschoren. We nemen de Jeep en stoppen onderweg nog heel even voor een drankje, en dan verderop naar een van de Minority villages. In dit dorpje is een feest aan de gang in de centrale vergaderzaal. Alle Jaray zijn bezig zich te bezatten en enkele van de dronken lieden willen mij en Nan binnenloodsen. Wanneer we de houten trapjes opstappen zien we alle mannelijke Jaray lurken van een riet dat in een grote kruik is gestoken. De kruiken van bijna een tiental liters inhoud bevatten rijstwijn. De wijn wordt gemaakt van rivierwater waarop rijst wordt gegist. Naargelang de tijdsduur van de gisting wordt deze wijn zwaarder. Ze plaatsen hun kruiken in stijgende volgorde. Ik proef eentje, maar na de eerste volgt de tweede, dan de derde, de vierde, ..., tot de achtste achterin de grote hut. Iedereen van de aanwezige Jaray is volkomen dronken. Na een rare blik van Nan die me naar buiten wenkt volg ik. Hij zegt me dat de Jaray serieus een stukje kunnen doorfuiven, en gasten meestal niet direct laten gaan. Mits tijdsgebrek dienen we immers verder te rijden. Er is nog een pitstop gepland bij de ‘gem-miners’. Gezien ik nu toch geen wit steentje kon meepikken uit Ba Kam, ga ik nog even langs de delvers. Ik vraag even rond wat ze liggen hebben van hun buit van vandaag, en voor ik het weet staan er een tien rond me om hun waar te schouwen. Nan en ik controleren elke steen even, en het afdingen begint. Voor een prijsje van 35 dollar wandel ik buiten met ettelijke karaat aan ruwe steen, een dikke handvol. De steen dient nu nog te worden gebrand tot zijn mooie blauwe kleur. Na de koop afgerond te hebben, blijven nieuwe delvers opduiken en me hun waar aanbieden. We maken ons uit de voeten, stappen in de Hilux en rijden rustig doorheen het veld, vol delfgaten, naar Banlung. Ondertussen hebben we wel wat tijd verspeeld met enkele van deze stops. De rit naar Banlung zou nog een 4 uren in beslag nemen, en het is reeds vijven door.We vervoegen onze weg tussen Bokeo en Banlung, en passeren weerom de detours, de payages, de modderpoelen en kapotte brugjes. Het is nu bijna donker, en vooraleer naar huis terug te keren, maken we nog een omweg om wat materiaal op te pikken van een boer die pinda’s verkoopt. De landbouwer is loonwerker en verdient vrijwel niets. Hij woont op de boerderij van de grondeigenaar en heeft een groot areaal grond te bewerken. De zonsondergang is er magnifiek. Ik zit weer eens te vloeken daar mijn filmpjes op zijn en er geen rolletjes te verkrijgen zijn in deze streek. De volgende keer dien ik wat spaarzamer om te gaan met m’n foto’s. We rijden dwars door de pindavelden richting hoofdweg, en na een tien minuutjes begint het te lichtjes te regenen. Enkele seconden later staan we weer stil. Er staan een grote truck vrijwel dwars geblokkeerd in het slijk, de lich§ten gedoofd. We rijden langsom door de planten, en met een grote klap komen we terug in de rijgeul terecht voor de gestrande camion. Het is pikkedonker, en in de verte zien we de bliksem de stad verlichten. Na een uurtje verder sukkelen blijkt de enige truck die nog op de baan is voor ons tegen een slakkegang te vorderen. Dit tegen de zin van onze chauffeur. De weg is extreem slipperig, en niet al te breed. Zeker niet voorzien voor tweerichtingsverkeer. Met de hand op de hoorn geeft onze chauffeur volle gas en schuift op enkele centimeters na voorbij het grote gevaarte. ‘Very good driver I think’, zegt Nan. Na een wel lange dag arriveren we aan het Ratanak Hotel, waar ik me onmiddellijk op m’n kamer zet. Blijkbaar heeft de zon me wel een slagje bezorgd, 37,5° koorts, pokkewarm aanvoelen, duizelig, sloom en wat gedesoriënteerd. Na enkele liters rijstwater gaat het beter, en de volgende morgen zou alles terug tip top in orde zijn.
|
|
|
[volgende pagina]
|